zondag 29 mei 2011

Cars part 1

Euhm, die lekkere turquoise van de vorige keer is het op het laatste moment toch niet geworden.  We hadden de auto vrijwel al gekocht en al op het terrein van de “Swahilicursuscompound”  neer laten zetten. De voornaamste reden hiervoor is dat men in de nacht voor de aankoop nog wel eens de mooie onderdelen wil verwisselen voor iets minder goede. En het zou toch oh zo zonde zijn als ze het turquoise plaatwerk zouden verwisselen……. De auto wordt je altijd afgemeten leeg afgeleverd. Oftewel,  je redt het nog net van vertrekpunt naar dichtstbijzijnde pompstation. Eerst denk je: “O.K., geen probleem vriend, ik tank hem zelf wel een beetje af als investering in onze relatie”, maar 35 lege-tank-auto’s later sta je er toch wat anders in.

Dus wij rijden naar de pomp zodat we de volgende dag naar Arusha kunnen gaan om daar alle financiële zaken af te handelen. Maar dan vinden we het wel fijn als je de auto in de derde,  dan wel de vierde versnelling kunt drukken. Een 10 minuten later konden de eerste twee alleen nog met een voorhamer bediend worden. Met nog wat meer twijfelachtige achtergrondinformatie, vonden we dit de druppel die de turquoise emmer deed overlopen. Zoals Marko Bakker altijd zei: “bij twijfel aan de cruise-control, niet inhalen”; we bliezen de koop af.  Verkoper Justin natuurlijk over de zeik, want die zag de superdeal aan zich voorbij gaan, maar nadat we hadden aangegeven dat we geen tig duizend dollar voor een auto gingen betalen die je eerst naar de overdracht moest duwen, ging hij schoorvoetend akkoord. Al waren het natuurlijk maar kleine dingen die volgens hem gerepareerd moesten worden…….( Zeg Justin, misschien kun je dat dan doen voordat je hem verkoopt?).

Tja,  wij helemaal in de put natuurlijk. Want zijn er dan nog wel auto’s  te koop?  Nou en of. Sterker nog, je kunt zelfs kiezen, al is het uit een heleboel troep. Eigenlijk wil je wel een gangbaar merk in een dito kleur. Toch krijg je weer twijfels als je dan tussen de middag in een restaurantje zit te eten en er een zwarte Suzuki Vitara even snel wordt ontmanteld en in onderdelen wordt verdeeld over drie andere die aan komen rijden, zelfde merk, zelfde kleur.

Niemand verkoopt een auto alleen, altijd zijn er vier of vijf tussenmannetjes die er ook wat aan willen verdienen. Prima natuurlijk, maar kom dan wel met een goede. Niet zoals die keer toe we belandden op een autokerkhof.
“This one is for sale”, zegt de verkoper terwijl we zonder gene staan te kijken naar een roestend exemplaar, met bemoste raamrubbers en vier platte banden.
“O.K., can you start the engine?”  Toch maar aardig blijven en deze standaard eerste vraag stellen. “Right now?”,  aldus de verkoper.
“No, in the cucumbertime, or whenever you like it to run”.
Met wat geschreeuw wordt een mecanicien opgetrommeld om uit een andere auto een accu te slopen en deze in onze toekomstige Heeft-Wat-Aandacht-Nodig te zetten.
Helaas, bij het uithalen van de peilstok sprayt het olie, een slechte indicator.

Je redt het simpelweg niet zonder de juiste contacten. Gelukkig hadden we goede vriend Freddy, en Letian als onze deskundigen. Eigenlijk zijn er twee merken die het hier goed doen. Met stip op 1, de Toyota Landcruiser, en “never dead, but always ill”, de Landrover Defender als goede tweede. We hebben er zoals al eerder vermeld, een 35 gezien, waarbij we voornamelijk letten op de motor. En die bleek in 30 gevallen toch niet zo goed te zijn. Maar uiteindelijk hebben we er een gevonden. En hoe dat verder gaat……………….wat een cliffhanger, kun je over twee maanden lezen in Cars Part 2. Je reinste kolder natuurlijk, die plakken we er direct even achteraan.       

Geen opmerkingen:

Een reactie posten